Pensioenverplichtingen

De hoeveelheid geld die we nu moeten reserveren om ook in de toekomst de pensioenuitkeringen te kunnen betalen.

​Reserves aanhouden

Als we het over pensioenverplichtingen hebben, bedoelen we de hoeveelheid geld die we nu moeten reserveren om ook in de toekomst de pensioenuitkeringen te kunnen betalen. In welke mate wij kunnen voldoen aan onze pensioenverplichtingen wordt uitgedrukt in de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds (de pensioenpot) en alle financiële verplichtingen: de pensioenen die we in de toekomst naar verwachting moeten uitkeren.
 
Hoe groot moeten de reserves zijn om aan alle pensioenverplichtingen te kunnen voldoen? Voor 1 euro pensioen over 10 jaar, moeten we nu ongeveer 65 cent in kas hebben. In de komende 10 jaar groeit dit bedrag immers nog aan omdat het fonds naar verwachting rendement op het vermogen maakt.
 

    Berekenen van de reserves

    Als we berekenen hoeveel reserves we nodig hebben, mogen wij van de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB), niet alleen kijken naar de rendementen van de beleggingen. Want beleggingsrendementen zijn onzeker en dat houdt een risico in. DNB schrijft daarom voor dat we onze reserves baseren op de risicoloze (markt)rente. Deze rente wijzigt van dag tot dag. Als de rente laag is, groeit het vermogen naar verwachting minder hard en moeten we meer in kas houden. Bij een hoge rente is het net andersom. Tijdens de crisis is de rente sterk gedaald. Voor dezelfde pensioenuitkering moeten we nu dus meer geld reserveren.

    Als blijkt dat er meer rendement wordt gemaakt dan de (markt)rente, dan kan dit worden gebruikt om de pensioenuitkeringen mee te laten stijgen met de inflatie. Dit heet indexatie of toeslagverlening.


    Risico van rentedaling afdekken

    De (markt)rente speelt een grote rol. Maar de rente kan iedere dag wijzigen. Als de rente daalt, is dat een risico omdat we dan een hogere reserve moeten aanhouden. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit risico af te dekken. Het afdekken van risico kost het pensioenfonds geld als de rente stijgt en levert geld op als de rente daalt. Het effect van de afdekking is dat als de verplichtingen stijgen, de bezittingen 'meestijgen' en andersom. Het resultaat is dat de dekkingsgraad weinig beweegt als de rente beweegt. ​


    Lang leven risico

    Een pensioenfonds schat in hoe lang de deelnemers leven en reserveert op basis hiervan geld. Want als deelnemers langer leven, krijgen ze ook langer pensioenuitkeringen. De levensverwachting van de pensioendeelnemers stijgt en we schatten daarom in dat er meer geld gereserveerd moet worden. We kunnen die reserves op de volgende manieren realiseren:
    • Hogere pensioenpremies. Hierdoor komt er meer geld in de pensioenpot.
    • Lagere pensioenuitkeringen. Hierdoor gaat er minder geld uit de pensioenpot.

      Langer doorwerken

      Door langer door te werken bouwen we ook langer pensioen op waardoor we het tekort in de pensioenpot compenseren. Door langer door te werken wordt bovendien het aantal jaren waarin we pensioen ontvangen kleiner. We hoeven de pensioenpot dan dus minder aan te spreken.​